NEDERLANDS
🇳🇱

Optellen

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord (op + tellen)

Het werkwoord 'optellen' wordt vaak gebruikt in wiskundige of financiële contexten om aan te geven dat getallen bij elkaar worden opgeteld.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Kun je deze getallen voor mij optellen?

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft alle bedragen opgeteld en het klopt precies.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Tel de punten van het spel op voordat we verder gaan.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als je de getallen optelt, krijg je het juiste antwoord.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.