Opvangen
Hulpwerkwoord
hebben
Sterk werkwoord (verandering van klinker in de verleden tijd: a -> i).
Het werkwoord 'opvangen' kan zowel letterlijk (bijv. een bal opvangen) als figuurlijk (bijv. iemand emotioneel opvangen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik vang de bal op tijdens de wedstrijd.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij ving de kinderen op na school.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben de problemen snel opgevangen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vang die tas op voordat hij valt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.