Opvaren
Hulpwerkwoord
zijn of hebben
onregelmatig werkwoord, vaak gebruikt in de context van varen of navigeren
Het werkwoord 'opvaren' wordt voornamelijk gebruikt in de context van varen of navigeren op water. Het kan zowel letterlijk (een rivier opvaren) als figuurlijk (een probleem 'opvaren') gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik vaar de rivier op om mijn vrienden te ontmoeten.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren voeren wij de haven op tijdens een storm.
verleden tijd, aantonende wijs
Vaar voorzichtig de zee op!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
We zijn de rivier opgevaren tot aan de waterval.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.