Opvoeden
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord (met scheidbaar deel 'op')
Het werkwoord 'opvoeden' heeft vaak betrekking op het grootbrengen van kinderen, waarbij waarden, normen en gedrag worden bijgebracht. Het kan zowel positieve als negatieve connotaties hebben, afhankelijk van de context (bijv. 'streng opvoeden' vs. 'met liefde opvoeden').
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Mijn ouders hebben mij opgevoed met het idee dat eerlijkheid belangrijk is.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Voed jij je kinderen op met strenge regels?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Als ik kinderen had, zou ik ze opvoeden met veel vrijheid.
onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs
Zij voedt haar kinderen tweetalig op.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.