Opvoeren
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord (kan een lijdend voorwerp hebben)
Kan zowel letterlijk (een toneelstuk opvoeren) als figuurlijk (cijfers of kosten opvoeren) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
ik
jij / je
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De acteurs voeren vanavond 'Hamlet' op.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vorig jaar hebben we een musical opgevoerd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Voer jij de cijfers op in het rapport?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Als zij het stuk opvoeren, zal het een succes worden.
toekomende tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.