Opvrolijken
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord (met scheidbaar deel 'op')
Het werkwoord 'opvrolijken' betekent iemand blij of vrolijk maken. Het wordt vaak gebruikt in informele contexten en kan zowel letterlijk als figuurlijk worden toegepast.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
jij / je, u
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik probeer mijn moeder altijd op te vrolijken als ze verdrietig is.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn vriendin opgevrolijkt met een bos bloemen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vrolijk jij je broer op met een leuk cadeautje?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Wij vrolijkten de kinderen op met een spelletje.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.