🇳🇱

Oranje

hetBijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je zegt 'de oranje auto' of 'een oranje bal', gebruik je 'oranje' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na 'zijn' gebruik je altijd 'oranje': De kleur is oranje.

Vergrotende trap

Voor de vergrotende trap gebruik je 'oranjer'. Bijvoorbeeld: Deze kleur is oranjer.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

In de overtreffende trap gebruik je 'oranjest'. Bijvoorbeeld: Dit is het oranjest van alle kleuren.

Attributief
Predicatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.