Organiseren
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'organiseren' wordt vaak gebruikt in de context van plannen, evenementen, bijeenkomsten of structuren opzetten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik organiseer een vergadering om de plannen te bespreken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij organiseerde vorige week een workshop over duurzaamheid.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben een groot festival georganiseerd in het stadspark.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Organiseer jij de activiteiten voor de kinderen?
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat zij het evenement organiseert zoals besproken.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.