Overbrengen
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord (heeft een lijdend voorwerp nodig)
Het werkwoord 'overbrengen' kan zowel letterlijk (fysiek verplaatsen) als figuurlijk (informatie, gevoelens of ideeën delen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De docent brengt de lesstof op een interessante manier over.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft de boodschap gisteren telefonisch overgebracht.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Breng deze belangrijke informatie alsjeblieft over aan je team.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij de boodschap duidelijker had overgebracht, hadden we het probleem sneller opgelost.
voltooid verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.