NEDERLANDS
🇳🇱

Overbrengen

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

overgankelijk werkwoord

Het werkwoord 'overbrengen' wordt vaak gebruikt om het overdragen van informatie, gevoelens of fysieke objecten aan te duiden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik overbreng de boodschap aan mijn vrienden.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de informatie gisteren overbracht.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij overbracht de gevoelens van de groep tijdens de vergadering.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Overbreng deze brief onmiddellijk!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.