Overlopen
Hulpwerkwoord
hebben of zijn (afhankelijk van de betekenis: 'zijn' voor fysiek overlopen, 'hebben' voor het doornemen van iets)
onregelmatig werkwoord (sterk werkwoord)
'Overlopen' kan zowel letterlijk (fysiek ergens overheen lopen) als figuurlijk (iets doornemen of overlopen naar een andere groep) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik **loop over** de brug om naar mijn werk te gaan.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij **liep over** naar de andere partij omdat hij het niet eens was met hun standpunten.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft de tekst nog een keer **overgelopen** om zeker te zijn dat alles klopt.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Loop over** naar de overkant, het is daar veiliger!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat je de instructies nog eens **overlope** voor je begint.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.