NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben of zijn (afhankelijk van de betekenis: 'zijn' voor fysiek overlopen, 'hebben' voor het doornemen van iets)

onregelmatig werkwoord (sterk werkwoord)

'Overlopen' kan zowel letterlijk (fysiek ergens overheen lopen) als figuurlijk (iets doornemen of overlopen naar een andere groep) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik **loop over** de brug om naar mijn werk te gaan.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij **liep over** naar de andere partij omdat hij het niet eens was met hun standpunten.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft de tekst nog een keer **overgelopen** om zeker te zijn dat alles klopt.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Loop over** naar de overkant, het is daar veiliger!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat je de instructies nog eens **overlope** voor je begint.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.