Overkomen
Hulpwerkwoord
zijn
onovergankelijk werkwoord (gebeurtenissen overkomen iemand)
Het werkwoord 'overkomen' wordt gebruikt om aan te geven dat iets (vaak onverwachts of onaangenaams) iemand overkomt. Het heeft een passieve betekenis.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie, zij / ze
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Er is mij iets vreemds overkomen toen ik in Amsterdam was.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het overkomt haar vaak dat ze te laat komt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik hoop dat mij zoiets nooit meer overkomt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Overkwam jullie dat ook vorige week?
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.