Overlasten
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'overlasten' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand hinder of problemen veroorzaakt voor anderen, meestal in een negatieve context.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
Voorbeelden
De bouwwerkzaamheden overlasten de hele buurt al weken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de buren overlast bezorgd door zijn feest.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je de buren niet wilt overlasten, zet dan de muziek zachter.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De overlastende geluiden maakten het onmogelijk om te slapen.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.