NEDERLANDS
🇳🇱

Overstappen

WerkwoordA1

Hulpwerkwoord

zijn

onovergankelijk, scheidbaar werkwoord

Het werkwoord 'overstappen' wordt vaak gebruikt in de context van reizen en openbaar vervoer, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld bij het wisselen van baan of studie.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik stap altijd over op lijn 3 bij het station.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij is gisteren overgestapt op een andere vlucht.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Stap hier over als je naar het centrum wilt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij overstapte, zou hij sneller thuis zijn.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.