Oversteken
Hulpwerkwoord
zijn
onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord
Het werkwoord 'oversteken' wordt vaak gebruikt in de context van verkeer en veiligheid. Het is belangrijk om altijd goed uit te kijken bij het oversteken van een straat of weg.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik steek elke dag hier over om naar mijn werk te gaan.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij is gisteren de straat overgestoken zonder uit te kijken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Steek voorzichtig over, er komt een auto aan!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij stak de brug over terwijl het hard waaide.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.