🇳🇱

Overvallen

Hulpwerkwoord

hebben

onregelmatig werkwoord, sterke vervoeging (overvallen - overviel - overvallen)

Het werkwoord 'overvallen' betekent meestal 'plotseling aanvallen om te beroven', maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld als iemand verrast wordt door een vraag of situatie.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • De politie denkt dat dezelfde bende de supermarkt heeft overvallen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als hij de bank overvalt, zal hij zeker gepakt worden.

    onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd, aantonende wijs

  • De man die de winkel overviel, droeg een zwart masker.

    onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.