Parelen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'parelen' wordt vaak gebruikt in de context van het mooi of gelijkmatig rangschikken van kralen of soortgelijke objecten. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden om iets moois of waardevols te beschrijven dat ontstaat of wordt gecreëerd.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik parel elke dag kralen om sieraden te maken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de kralen mooi gepareld voor de armband.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Parel jij de kralen voor het project?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Als zij parele, zou het resultaat perfect zijn.
onvoltooid verleden toekomende tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.