Planken
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'planken' verwijst naar de fitnessoefening waarbij je je lichaam in een rechte lijn houdt, ondersteund door je onderarmen en tenen. Het wordt vaak gebruikt in de context van sport en fitness.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik plank elke dag om sterker te worden.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft gisteren geplankt en voelt zich nu sterker.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Plank jij ook weleens in het park?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Als je fit wilt blijven, moet je regelmatig planken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.