Plassen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'plassen' wordt voornamelijk informeel gebruikt om het urineren te beschrijven. In formele contexten wordt vaak 'urineren' gebruikt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik moet plassen voordat we vertrekken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij plast elke ochtend na het ontbijt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij plaste gisteren om de haverklap.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben allemaal geplast voordat we in de bus stapten.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.