Plegen
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'plegen' wordt vaak gebruikt in de context van het uitvoeren van een handeling, soms met een negatieve connotatie zoals bij misdaden, maar kan ook neutraal gebruikt worden voor andere handelingen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik pleeg elke dag mijn telefoontjes na het ontbijt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft gisteren een telefoontje gepleegd naar zijn baas.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Pleeg onmiddellijk actie als je iets verdachts ziet!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij pleegden verzet tegen de nieuwe regels.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.