Plots
Attributieve vormen
Als je 'plots' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, wordt het vaak 'plotse'. Bijvoorbeeld: 'een plotse stilte' of 'de plotse kou'. Dit geldt vooral als het zelfstandig naamwoord een onverwachte verandering beschrijft.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijken' gebruik je altijd 'plots'. Bijvoorbeeld: 'De stop was plots' of 'Het werd plots donker'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets onverwachter of sneller gebeurt dan iets anders, gebruik je 'plotser'. Bijvoorbeeld: 'Deze reactie was plotser dan ik dacht'. Je kunt ook 'plotsere' gebruiken als het bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord staat: 'een plotsere verandering'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Als je wilt zeggen dat iets het meest onverwacht of snel is, gebruik je 'plotst' (na een werkwoord) of 'plotste' (vóór een zelfstandig naamwoord). Bijvoorbeeld: 'Dit was het plotst' of 'de plotste gebeurtenis'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- irregular:'Plots' is een onregelmatig bijvoeglijk naamwoord. In de stellende trap gebruik je 'plots' of 'plotse', afhankelijk van de context.
- usage:'Plots' wordt vaak gebruikt om een onverwachte, snelle verandering aan te geven. Het is formeler dan 'plotseling' of 'ineens'.
- spelling:Let op de spelling: in de vergrotende trap gebruik je 'plotser' en in de overtreffende trap 'plotst(e)'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.