NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'plussen' wordt voornamelijk gebruikt in de context van rekenen of optellen. Het is minder formeel dan 'optellen' en wordt vaak in informele of educatieve settings gebruikt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Kun je deze getallen voor mij plussen?

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij plust altijd de scores van de spelers.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben de bedragen al geplust.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Plus deze getallen snel!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.