Pols
Enkelvoudsvormen
Het woord 'pols' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt om naar één pols te verwijzen. Het is een lichaamsdeel dat je aan beide armen hebt, maar je spreekt meestal over 'de pols' als je het over één pols hebt.
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
Het meervoud 'polsen' gebruik je als je het over beide polsen hebt of over meerdere mensen hun polsen. Bijvoorbeeld: 'De polsen van de turners zijn sterk.'
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Het diminutief wordt zelden gebruikt, maar kan een gevoel van tederheid of kleinheid uitdrukken, vaak in informele contexten of bij kinderen.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
polsklok
een horloge dat om de pols gedragen wordt
polsbandje
een bandje dat om de pols gedragen wordt, vaak bij evenementen
polsslag
de hartslag die je aan de pols kunt voelen
polsgewricht
het gewricht van de pols
Veelgebruikte woordcombinaties
pijn aan de pols
Dit is een veelvoorkomende uitdrukking om aan te geven dat iemand last heeft van zijn of haar pols.
pols breken
Dit betekent dat de pols gebroken is, vaak door een ongeluk.
pols draaien
Dit wordt vaak gebruikt in medische contexten om een beweging van de pols te beschrijven.
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'pols' wordt vaak gebruikt in combinatie met medische termen of situaties, zoals blessures of gezondheidscontroles.
- countability:'Pols' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één pols', 'twee polsen', enzovoort.
- irregular:Er zijn geen onregelmatigheden in de meervoudsvorming van 'pols'. Het meervoud is gewoon 'polsen'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.