NEDERLANDS
🇳🇱

Pols

deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

Het woord 'pols' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt om naar één pols te verwijzen. Het is een lichaamsdeel dat je aan beide armen hebt, maar je spreekt meestal over 'de pols' als je het over één pols hebt.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

Het meervoud 'polsen' gebruik je als je het over beide polsen hebt of over meerdere mensen hun polsen. Bijvoorbeeld: 'De polsen van de turners zijn sterk.'

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het diminutief wordt zelden gebruikt, maar kan een gevoel van tederheid of kleinheid uitdrukken, vaak in informele contexten of bij kinderen.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • polsklok

    een horloge dat om de pols gedragen wordt

  • polsbandje

    een bandje dat om de pols gedragen wordt, vaak bij evenementen

  • polsslag

    de hartslag die je aan de pols kunt voelen

  • polsgewricht

    het gewricht van de pols

Veelgebruikte woordcombinaties

  • pijn aan de pols

    Dit is een veelvoorkomende uitdrukking om aan te geven dat iemand last heeft van zijn of haar pols.

  • pols breken

    Dit betekent dat de pols gebroken is, vaak door een ongeluk.

  • pols draaien

    Dit wordt vaak gebruikt in medische contexten om een beweging van de pols te beschrijven.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:Het woord 'pols' wordt vaak gebruikt in combinatie met medische termen of situaties, zoals blessures of gezondheidscontroles.
  • countability:'Pols' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één pols', 'twee polsen', enzovoort.
  • irregular:Er zijn geen onregelmatigheden in de meervoudsvorming van 'pols'. Het meervoud is gewoon 'polsen'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.