🇳🇱
deZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

De pont is een vervoermiddel dat over water gaat.

Bepaald (de/het)
de pont
"De pont vaart iedere tien minuten."
Onbepaald (een)
een pont
"Er is een pont naar het eiland."
Zonder lidwoord
pont
"Pont is een belangrijk vervoermiddel."

Meervoudsvormen

Ponten zijn meerdere van deze vervoermiddelen.

Bepaald (de)
de ponten
"De ponten zijn vaak druk in het weekend."
Zonder lidwoord
ponten
"Er zijn veel ponten in Amsterdam."

Verkleinwoord

pontje
"Dat pontje is erg schattig."

Diminutief gebruiken we vaak voor schattigheid of een kleinere versie.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • fietspond

    "De fietspond is snel naast de dam."

    een pont voor fietsen

  • veerpont

    "De veerpont over de rivier is vaak vol."

    een grotere pont die voertuigen vervoert

Veelgebruikte woordcombinaties

  • overvaren

    "We moeten overvaren met de pont."

    De actie van de pont gebruiken om een waterstuk over te steken.

  • aanlegsteiger

    "Waar is de aanlegsteiger voor de pont?"

    De plek waar de pont stopt en passagiers uitstappen.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Pont is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:Meestal informeel, maar kan ook neutraal zijn in teksten.
  • usage:Gebruik 'pontje' voor schattigheid in informele contexten.
  • irregular:Geen bijzondere onregelmatigheden in meervoudsvorm.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.