NEDERLANDS
🇳🇱

Postkantoor

hetZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

'Postkantoor' is een zelfstandig naamwoord dat meestal enkelvoudig gebruikt wordt om één locatie aan te duiden waar postdiensten worden aangeboden.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm 'postkantoren' wordt gebruikt als je het over meerdere locaties hebt.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het 'postkantoortje' geeft een gevoel van iets kleins of schattigs, vaak informeel gebruikt.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • postkantoorbox

    Een postbus in een postkantoor.

  • postkantoorwerk

    Werk dat op een postkantoor gedaan wordt.

  • postkantoorbeambte

    Een medewerker van het postkantoor.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • pakket

    'Pakket' wordt vaak gebruikt met 'postkantoor' omdat je pakketten daar kunt afhalen of verzenden.

  • brieven

    'Brieven' worden vaak gepost bij het postkantoor.

  • postzegels

    'Postzegels' zijn een veelvoorkomend product dat je bij het postkantoor koopt.

  • openingstijden

    'Openingstijden' worden vaak gevraagd omdat postkantoren vaste tijden hebben.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Postkantoor' is meestal telbaar. Je kunt dus zeggen 'één postkantoor', 'twee postkantoren', enzovoort.
  • irregular:De meervoudsvorm 'postkantoren' is regelmatig gevormd door '-en' toe te voegen.
  • register:Informeel wordt soms 'post' gebruikt in plaats van 'postkantoor', bijvoorbeeld: 'Ik ga even naar de post'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.