Prakken
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de prak
Zelfstandig naamwoord/'prɑk/enkelvoud
prakprakjemeervoud
prakkenprakjesprakken
Werkwoord/'prɑkən; 'prɑkə/infinitief
prakkentegenwoordige tijd
prakpraktprakkenverleden tijd
praktepraktentegenwoordig deelwoord
prakkendprakkende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.