NEDERLANDS
🇳🇱

    Prakken

    B2uncommonZipf 2.0

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de prak

      Zelfstandig naamwoord/'prɑk/

      enkelvoud

      prakprakje

      meervoud

      prakkenprakjes
    • prakken

      Werkwoord/'prɑkən; 'prɑkə/

      infinitief

      prakken

      tegenwoordige tijd

      prakpraktprakken

      verleden tijd

      prakteprakten

      tegenwoordig deelwoord

      prakkendprakkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren