Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de prat man' of 'een prat verhaal', gebruik je 'prat' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de prat
- "De prat man vertelt veel."
- Met onbepaald lidwoord
- een prat
- "Een prat verhaal is niet altijd waar."
- Zonder lidwoord
- prat
- "Hij is altijd zo prat."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'prat': Hij is prat.
Vergrotende trap
Voor de vergrotende trap gebruik je 'pratter' voor een vergelijking: Hij is pratter dan haar.
- Grondvorm
- pratter
- "Hij is een pratter dan zij."
- Met "dan"
- prattere
- "Dit verhaal is prattere dan dat."
Overtreffende trap
Voor de overtreffende trap gebruik je 'pratst': Hij is de pratst in zijn klas.
- Attributief
- de pratst
- "Hij is de pratst persoon die ik ken."
- Predicatief
- pratste
- "Hij is de pratste in de groep."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Prat' beschrijft iemand die veel praat, vooral over zichzelf.
- irregular:De vormen van 'prat' zijn niet altijd gebruikelijk in het dagelijks taalgebruik.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.