Prikken
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
'Prikken' kan zowel letterlijk (een gaatje maken) als figuurlijk (een lichte pijn voelen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik prik de ballon met een naald.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je je vinger geprikt?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Prik voorzichtig, anders gaat het mis!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is beter dat je niet in je arm prikt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.