NEDERLANDS
🇳🇱

    Propageren

    B2uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • propageren

      Werkwoord/propa'ɣerən; propa'ɣerə/

      infinitief

      propageren

      tegenwoordige tijd

      propageerpropageertpropageren

      verleden tijd

      propageerdepropageerden

      tegenwoordig deelwoord

      propagerendpropagerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren