Pruik
Enkelvoudsvormen
'Pruik' is een zelfstandig naamwoord dat meestal in het enkelvoud wordt gebruikt als je het over één pruik hebt. Het is een concreet object dat je kunt tellen.
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
De meervoudsvorm van 'pruik' is 'pruiken'. Dit gebruik je als je het over meerdere pruiken hebt.
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Het woord 'pruikje' wordt vaak gebruikt om iets schattig of minder serieus aan te duiden, bijvoorbeeld voor kinderen of in een speelse context.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
pruikenmaker
iemand die pruiken maakt
pruikentijd
de periode in de geschiedenis waarin pruiken populair waren (vooral de 17e en 18e eeuw)
haarpruik
een pruik gemaakt van echt of synthetisch haar
Veelgebruikte woordcombinaties
dragen
Het werkwoord 'dragen' wordt vaak gebruikt met 'pruik' om aan te geven dat iemand een pruik op heeft.
opzetten
Het werkwoord 'opzetten' betekent hier dat je de pruik op je hoofd plaatst.
afzetten
Het werkwoord 'afzetten' betekent hier dat je de pruik van je hoofd haalt.
vals
'Vals' wordt gebruikt om aan te geven dat de pruik niet van echt haar is gemaakt.
Belangrijke opmerkingen
- usage:In het dagelijks leven wordt 'pruik' vaak gebruikt in de context van toneel, verkleedpartijen, of medische redenen (bijvoorbeeld haaruitval).
- countability:'Pruik' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één pruik', 'twee pruiken', enzovoort.
- register:In formele contexten, zoals in historische documenten of officiële beschrijvingen, kan 'pruik' voorkomen, maar het is niet typisch formeel taalgebruik.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.