NEDERLANDS
🇳🇱

Pruik

deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

'Pruik' is een zelfstandig naamwoord dat meestal in het enkelvoud wordt gebruikt als je het over één pruik hebt. Het is een concreet object dat je kunt tellen.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm van 'pruik' is 'pruiken'. Dit gebruik je als je het over meerdere pruiken hebt.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het woord 'pruikje' wordt vaak gebruikt om iets schattig of minder serieus aan te duiden, bijvoorbeeld voor kinderen of in een speelse context.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • pruikenmaker

    iemand die pruiken maakt

  • pruikentijd

    de periode in de geschiedenis waarin pruiken populair waren (vooral de 17e en 18e eeuw)

  • haarpruik

    een pruik gemaakt van echt of synthetisch haar

Veelgebruikte woordcombinaties

  • dragen

    Het werkwoord 'dragen' wordt vaak gebruikt met 'pruik' om aan te geven dat iemand een pruik op heeft.

  • opzetten

    Het werkwoord 'opzetten' betekent hier dat je de pruik op je hoofd plaatst.

  • afzetten

    Het werkwoord 'afzetten' betekent hier dat je de pruik van je hoofd haalt.

  • vals

    'Vals' wordt gebruikt om aan te geven dat de pruik niet van echt haar is gemaakt.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:In het dagelijks leven wordt 'pruik' vaak gebruikt in de context van toneel, verkleedpartijen, of medische redenen (bijvoorbeeld haaruitval).
  • countability:'Pruik' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één pruik', 'twee pruiken', enzovoort.
  • register:In formele contexten, zoals in historische documenten of officiële beschrijvingen, kan 'pruik' voorkomen, maar het is niet typisch formeel taalgebruik.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.