Raken
Hulpwerkwoord
hebben (meestal), zijn (soms bij verandering van toestand)
onovergankelijk en overgankelijk werkwoord
'Raken' kan zowel fysiek aanraken als emotioneel treffen betekenen. Het kan ook 'bereiken' of 'treffen' betekenen in verschillende contexten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik raak de bal met mijn voet. (I touch the ball with my foot.)
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij raakte zijn doel niet. (He didn't reach his goal.)
verleden tijd, aantonende wijs
Ben je geraakt door de toespraak? (Were you touched by the speech?)
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Raak de schilderijen niet aan! (Don't touch the paintings!)
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.