NEDERLANDS
🇳🇱

Rammelen

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'rammelen' kan zowel letterlijk (geluid maken door te schudden) als figuurlijk (bijv. honger hebben) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • De sleutels rammelen in mijn zak als ik loop.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft gisteren aan de tralies gerammeld.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Rammel niet zo met die borden!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij maar niet van de honger rammelt tijdens de reis.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.