Recht
Attributieve vormen
Als je 'recht' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'rechte'. Bijvoorbeeld: 'de rechte weg', 'een rechte lijn'. Bij onzijdige woorden zonder lidwoord gebruik je 'recht': 'recht haar'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'recht'. Bijvoorbeeld: 'De tafel is recht', 'De boom wordt recht'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets rechter is dan iets anders, gebruik je 'rechter'. Bijvoorbeeld: 'Deze lijn is rechter dan die lijn'. Let op: in attributieve positie (voor een zelfstandig naamwoord) gebruik je vaak alleen 'rechter' zonder '-e': 'de rechter lijn'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Voor de overtreffende trap gebruik je 'rechtst' als het bijvoeglijk naamwoord achter het zelfstandig naamwoord staat (predicatief): 'Dit is het rechtst'. Als het voor het zelfstandig naamwoord staat (attributief), gebruik je 'rechtste': 'de rechtste lijn'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- irregular:Het bijvoeglijk naamwoord 'recht' heeft een onregelmatige vergrotende trap: 'rechter' in plaats van 'rechtere' in attributieve positie (bijv. 'de rechter lijn').
- usage:'Recht' kan ook als bijwoord gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'Hij loopt recht naar huis.'
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.