🇳🇱

Regelen

Hulpwerkwoord

hebben

zwak werkwoord

Het werkwoord 'regelen' betekent het organiseren of in orde maken van iets. Het wordt vaak gebruikt in contexten waarin planning of coördinatie nodig is.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik regel altijd mijn eigen reizen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je al geregeld wat we nodig hebben voor het feest?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij regelde vorig jaar een groot evenement.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Regel jij de drankjes voor vanavond?

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.