🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

'reis' is een zelfstandig naamwoord dat een verhuizing of een tocht betekent.

Bepaald (de/het)
de reis
"De reis was erg leuk."
Onbepaald (een)
een reis
"Een reis naar Frankrijk is spannend."
Zonder lidwoord
reis
"Reis is belangrijk voor kennis."

Meervoudsvormen

De pluralis 'reizen' verwijst naar meerdere tochten of verhuizingen.

Bepaald (de)
de reizen
"De reizen gaan vaak naar andere landen."
Zonder lidwoord
reizen
"Reizen met de trein is comfortabel."

Verkleinwoord

reisje
"We maken een klein reisje naar Amsterdam."

Het diminutief geeft een kleiner of schattiger gevoel.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • reisleider

    "De reisleider vertelde veel over de plaatsen die we bezochten."

    iemand die een groep mensen op reis begeleidt.

  • reisverzekering

    "Het is slim om een reisverzekering af te sluiten."

    een verzekering die je afneemt voor het geval er iets gebeurt tijdens je reis.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • een verre reis

    "Ik wil een verre reis maken naar Australië."

    Dit betekent dat de reis naar een ver land gaat.

  • veel reizen

    "Hij heeft veel reizen gemaakt in zijn leven."

    Dit betekent dat hij vaak weg is geweest.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:'reis' is telbaar; je kunt zeggen 'een reis' of 'twee reizen'.
  • register:Het gebruik van 'reis' is neutraal en gepast in zowel formele als informele contexten.
  • usage:Het woord 'reis' wordt gebruikt in veel verschillende contexten: vakanties, zakelijke reizen en educatieve reizen.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.