🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoordB1

Attributieve vormen

Als je zegt 'de relatieve waarde' of 'een relatieve situatie', gebruik je 'relatieve' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de relatieve
"De relatieve waarde van de euro is vandaag hoog."
Met onbepaald lidwoord
een relatieve
"Een relatieve term is moeilijk te begrijpen."
Zonder lidwoord
relatief
"Dit is relatief goed."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'relatief': De situatie is relatief eenvoudig.

relatief
"De prijs is relatief hoog."

Vergrotende trap

Als je meer dan één ding vergelijkt, gebruik je 'relatiever': Dit probleem is relatiever dan dat andere probleem.

Grondvorm
relatiever
"Dit probleem is relatiever dan dat andere."
Met "dan"
relatieve
"Dat is een relatieve opgave."

Overtreffende trap

Als je het meest of minst vergelijkbaar wilt zeggen, gebruik je 'relatiefst': Dit is de relatiefst lastige vraag van de test.

Attributief
de relatiefste
"Dit is de relatiefste oplossing voor het probleem."
Predicatief
relatiefst
"Dit is de relatiefst lage prijs die we hebben gezien."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Relatief' wordt vaak gebruikt om iets aan te geven in verhouding tot iets anders.
  • irregular:De vormen kunnen iets moeilijker zijn omdat niet iedereen gewend is ze te gebruiken.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.