NEDERLANDS
🇳🇱

Riem

deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

'Riem' is een zelfstandig naamwoord dat meestal verwijst naar een band die je om je middel draagt om je broek op te houden, of een veiligheidsband in een auto of vliegtuig.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm van 'riem' is 'riemen'. Dit gebruik je als je het over meerdere riemen hebt.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het riempje wordt vaak gebruikt voor kleine of schattige riemen, vaak voor kinderen of kleine accessoires.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • veiligheidsriem

    riem die je in de auto of vliegtuig draagt voor veiligheid

  • broekriem

    riem die je om je broek draagt

  • riemgesp

    het metalen deel van de riem waarmee je hem vastmaakt

Veelgebruikte woordcombinaties

  • vastmaken

    Vaak gebruikt met 'riem' in de context van veiligheid, zoals in auto's of vliegtuigen.

  • omdoen

    Gebruikt wanneer je een riem als kledingaccessoire draagt.

  • leren

    Veel riemen zijn van leer, dus dit is een veelvoorkomende combinatie.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:In de context van veiligheid (bijv. auto of vliegtuig) is 'riem' vaak onderdeel van de vaste uitdrukking 'veiligheidsriem'.
  • countability:'Riem' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'een riem', 'twee riemen', enzovoort.
  • register:Het verkleinwoord 'riempje' wordt vaak informeel gebruikt, vooral voor kleine of schattige riemen.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.