NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'riemen' wordt vaak gebruikt in de context van het vastmaken of aanspannen van riemen, bijvoorbeeld bij kleding, bagage of veiligheidsgordels. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, zoals in 'zich riemen' (zich voorbereiden).

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik riem mijn schoenen elke ochtend voordat ik ga werken.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn jas geriemd omdat het hard waaide.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Riem je gordel vast voordat we vertrekken!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij riemde haar tas stevig vast aan de stoel.

    verleden tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.