Riemen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'riemen' betekent het vastmaken of aanspannen van iets met een riem, vaak gebruikt in contexten zoals veiligheidsgordels, schoenen, of bagage.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
jij / je
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik riem mijn rugzak altijd goed vast voordat ik ga fietsen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je je schoenen al geriemd?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Riem je veiligheidsgordel vast!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij riemden de lading stevig vast voordat ze vertrokken.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.