NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Rijp
    Bijvoeglijk naamwoordklaar om te plukken
  • 22Rijp(de)
    Zelfstandig naamwoorddunne laag ijs
  • 33Rijpen
    Werkwoordvolgroeid worden

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Rijp
    Bijvoeglijk naamwoordklaar om te plukken
  • 22Rijp(de)
    Zelfstandig naamwoorddunne laag ijs
  • 33Rijpen
    Werkwoordvolgroeid worden
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Rijpt
WoordenboekRijpt

Rijpt

  • rijp

    Bijvoeglijk naamwoord

    klaar om te plukken

    1. klaar om geoogst of gegeten te worden, van fruit of groentenDe bananen zijn rijp en zoet.
    2. volwassen en verstandig, van mensen of ideeënMijn zus is erg rijp voor haar leeftijd.
    3. bedekt met een dunne laag ijs, vooral in de ochtendDe auto is bedekt met rijp.
  • derijp

    Zelfstandig naamwoord

    dunne laag ijs

    1. dunne laag ijs die 's ochtends op gras of planten ligtDe rijp ligt mooi op het gras.
  • rijpen

    Werkwoord

    volgroeid worden

    1. van groen naar eetbaar of volwassen worden door natuurlijke groeiDe bananen rijpen snel in deze warme kamer.
    2. geleidelijk ontwikkelen tot een volwassen of afgerond stadiumDe appel rijpt aan de boom.
    3. iets of iemand rijp maken, vaak door bewerking of invloedDe appels rijpen aan de boom.

Verwante woorden

gerijptrijprijperijpenrijpendrijpenderijperrijpererijpersrijpsrijpstrijpsterijpterijpten