NEDERLANDS
🇳🇱
  • Ritueel
    Bijvoeglijk naamwoordbehorend tot een ritueel ceremonieel
  • Ritueel(het)
    Zelfstandig naamwoordvastgelegde symbolische handeling en

Ritueel

  • ritueel

    Bijvoeglijk naamwoord

    behorend tot een ritueel; ceremonieel

    1. ceremonieel

      Behorend tot een ritueel of een ceremonie; plechtig en volgens vaste regels.

      De opening van het festival had een ritueel karakter.

    2. symbolisch / voor de vorm

      Symbolisch of voor de vorm; iets dat wordt gedaan uit gewoonte of blijk van respect, maar niet per se oprecht.

      Haar excuses kwamen ritueel over en voelden niet oprecht.

    ritueel karakterrituele handelingritueel gebruikrituele reinigingrituele dans
  • hetritueel

    Zelfstandig naamwoord

    vastgelegde, symbolische handeling(en)

    1. ceremonie

      Een vaste, vaak symbolische reeks handelingen die bij religies, tradities of belangrijke gebeurtenissen hoort.

      Het ritueel bij de bruiloft eindigde met het uitwisselen van ringen.

    2. gewoonte

      Een vaste handeling of gewoonte die iemand regelmatig doet en die soms een vaste betekenis heeft, zonder dat het religieus hoeft te zijn.

      Het ritueel van zijn ochtendkoffie helpt hem zich wakker en geconcentreerd te voelen.

    religieus ritueeldagelijks ritueeluitvoeren van een ritueeloud ritueelsociale rituelen

Blijf leren