Roeren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'roeren' kan zowel letterlijk (fysiek bewegen) als figuurlijk (emotioneel raken) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
u
Voorbeelden
Ik roer de soep elke vijf minuten om.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je de melk al geroerd?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Roer de saus niet te hard, anders spat het.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij roerde zachtjes in haar thee terwijl ze nadacht.
verleden tijd, aantonende wijs
De film was zo roerend dat iedereen stil werd.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.