Roken
WerkwoordA2
Hulpwerkwoord
hebben
werkwoord
Het werkwoord 'roken' kan zowel positief als negatief worden ervaren, afhankelijk van de context.
Voltooid deelwoord
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Aanvoegende wijs
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
Verleden tijd
ik
wij / we, jullie
Voorbeelden
Blijf leren
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.