🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

werkwoord

The verb 'ruiken' refers to the act of smelling or perceiving scents.

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • hij

  • zij / ze

  • wij / we

  • jullie

  • u

Voltooid deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

  • jij / je

  • jullie

Voorbeelden

  • Ik ruik de geur van versgebakken brood.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Wij hebben veel verschillende geuren geroken op de markt.

    voltooid deelwoord, indicatief

  • Als zij ruike wat ik ruik, dan zullen zij meer weten.

    aanvoegende wijs, subjunctief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.