NEDERLANDS
🇳🇱
  • Roker(de)
    Zelfstandig naamwoordiemand of apparaat dat rookt

Roker

  • deroker

    Zelfstandig naamwoord

    iemand of apparaat dat rookt

    1. persoon

      Iemand die tabak of iets anders rookt (bijvoorbeeld een sigaret, sigaar of pijp).

      De roker ging naar buiten om een sigaret op te steken.

    2. apparaat

      Een apparaat of ruimte waarin voedsel met rook wordt bereid of geconserveerd.

      De zalm lag al uren in de roker.

    actieve rokerpassieve rokerzware rokerlichte rokerex-roker

Blijf leren