Roker
deroker
Zelfstandig naamwoordiemand of apparaat dat rookt
persoon
Iemand die tabak of iets anders rookt (bijvoorbeeld een sigaret, sigaar of pijp).
De roker ging naar buiten om een sigaret op te steken.
apparaat
Een apparaat of ruimte waarin voedsel met rook wordt bereid of geconserveerd.
De zalm lag al uren in de roker.
actieve rokerpassieve rokerzware rokerlichte rokerex-roker