Rollen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'rollen' kan zowel letterlijk (fysiek bewegen) als figuurlijk (bijv. 'iets laten rollen' in de zin van iets laten gebeuren) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik rol deeg uit om pizza te maken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De kinderen rolden gisteren in het gras.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je de bal al gerold?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Rol de bal naar mij!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat de steen rolle zonder obstakels.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.