NEDERLANDS
🇳🇱

Rondbrengen

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

scheidbaar werkwoord, regelmatig in de tegenwoordige tijd, onregelmatig in de verleden tijd

Het werkwoord 'rondbrengen' betekent iets of iemand naar verschillende plaatsen brengen, vaak in de context van bezorging of distributie.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik breng elke ochtend de kranten rond in mijn wijk.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij bracht gisteren de kerstcadeautjes rond.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben de flyers al rondgebracht.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Breng jij de boeken rond?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Het is belangrijk dat je de informatie rondbrengt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.