NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

onovergankelijk, scheidbaar werkwoord

Het werkwoord 'rondlopen' betekent letterlijk 'zonder specifiek doel lopen in een bepaald gebied'. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden om aan te geven dat iemand zonder duidelijk plan of doel ergens mee bezig is.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik loop elke dag in het park rond om frisse lucht te krijgen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren liepen we urenlang in de stad rond.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Heb je al rondgelopen in het nieuwe winkelcentrum?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Loop niet te ver rond, want het wordt zo donker.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat je niet alleen in deze buurt rondloopt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.