Rondlopen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk, scheidbaar werkwoord
Het werkwoord 'rondlopen' betekent letterlijk 'zonder specifiek doel lopen in een bepaald gebied'. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden om aan te geven dat iemand zonder duidelijk plan of doel ergens mee bezig is.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik loop elke dag in het park rond om frisse lucht te krijgen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren liepen we urenlang in de stad rond.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je al rondgelopen in het nieuwe winkelcentrum?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Loop niet te ver rond, want het wordt zo donker.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat je niet alleen in deze buurt rondloopt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.