NEDERLANDS
🇳🇱

Rondvliegen

Werkwoord

Hulpwerkwoord

hebben of zijn

onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord

Het werkwoord 'rondvliegen' kan zowel letterlijk (vliegen in de lucht) als figuurlijk (snel bewegen of haastig ergens heen gaan) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik vlieg rond om de omgeving te verkennen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren vloog ik rond boven de stad.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Ik ben al een paar keer rondgevlogen in een helikopter.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vlieg rond om alles goed te zien!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.