Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de rode auto' of 'een rode fiets', gebruik je 'rode' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de rode
- "De rode auto staat voor de deur."
- Met onbepaald lidwoord
- een rode
- "Ik heb een rode bal."
- Zonder lidwoord
- rood
- "Het is gewoon rood."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'rood': De appel is rood.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt, zeg je: 'Haar huis is roder dan mijn huis'.
- Grondvorm
- roder
- "Die auto is roder dan mijn auto."
- Met "dan"
- roder
- "De roder, de beter."
Overtreffende trap
Als je het hoogste niveau beschrijft, zeg je: 'Dit is de roodste auto van allemaal.'
- Attributief
- de roodste
- "Hij is de roodste van de klas."
- Predicatief
- roodste
- "Dit is de roodste appel."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'rood' blijft in zijn basisvorm 'rood' voor onbepaalde en meervoudige zelfstandige naamwoorden in de predicatieve uitdrukking.
- irregular:De vergrotende trap is 'roder' en de overtreffende trap is 'roodste', wat niet een standaard -er en -ste vorm is.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.